Reisblogs Noord-Amerika

Californië: National Parks deel 1

We hadden nog graag wat langer in Vegas willen blijven. Niet dat dat niet kon maar we wilden nog zóveel meer zien. Keuzes, keuzes, keuzes. Zo ook stonden we voor de volgende keuze: Wel of geen Joshua Tree National Park. 

Een ding was duidelijk, velen vinden het een fantastisch park. Het probleem was alleen dat het ongeveer 3 uur rijden ten zuiden van Las Vegas ligt en we zouden er toch wel een aantal uurtjes voor om moeten rijden als we het park zouden aandoen. Maar gelukkig liepen we wat voor op schema en besloten we er naartoe te gaan. Maar welke volgorde? Van Las Vegas eerst naar Death Valley, dan naar Joshua Tree en dan weer omhoog naar Sequoia? Of juist eerst naar Joshua Tree en dán naar de Death Valley. Na flink wat google mapsen en routes vergelijken, bleek dat het amper verschil uitmaakte dus besloten we eerst naar Joshua Tree National Park te gaan.

Joshua Tree National Park
Een vroege dag want we wilden vroeg bij het National Park zijn. Helaas werd ik wakker met mijn jaarlijkse koortslip (wat een feest weer) en was er paniek. Ik had namelijk niets meegenomen om hem direct te behandelen. Als eerste moest er een stop gemaakt worden bij de drogist om crème te kopen. Eenmaal weer onderweg bleek het witte crème te zijn! Of het nog niet genoeg opvalt! In de auto is het niet zo erg dus reden we via het prachtige Mojave National Preserve door naar Twentynine Palms, een plaatsje net buiten het Joshua Tree park. De route is fantastisch door een uitgestrekt niemandsland. We hadden dan ook goed het advies gevolgd om je auto voor vertrek vol te gooien.

Blij liep ik de Walgreens in Twentynine Palms uit want ik had eindelijk mijn doorzichtige crème gevonden. Smeren, smeren, smeren. Ook maar een pet op, want zonlicht kan het erger maken (ja ik volg echt alle online rituelen van ijsblokjes tot alcohol).
Bij het visitor center werden we goed ingelicht over de mogelijkheden van een halve dag Joshua Tree. Met een kaart gingen we op stap. Via de Park Boulevard reden we naar onze eerste stop: Cholla Cactus Garden. Dit gebied wordt gedomineerd door de teddybear cholla cactus. Een kleine, gemakkelijke wandeling loopt hier doorheen. Hier en daar hadden sommige al prachtige bloemen, voordeel van reizen in het voorjaar.

De volgende stop was Skull Rock, een grote rots die lijkt op een schedel. We liepen de korte Discovery Trail, wat voor de helft door een camping heen liep. Beetje jammer maar het uitzicht aan de andere kant was erg mooi. Ook maakten we een korte fotostop bij Keys View.

Als laatste was er de keuze om te gaan wandelen bij de Hidden Valley of bij Barker Dam, beide een mijl lang. Eerder had ik online foto’s gezien van Barker Dam en dat zag er goed uit dus besloten we die wandeling te nemen. Helaas kwamen we geen bighorn sheep tegen maar wel mooie petrogliefen.

Aan de westkant van het park reden we weer naar buiten. We hadden behoorlijke honger en besloten wat te gaan zoeken. We kwamen terecht in Pioneertown, wat later een historisch stadje bleek. Het was pas 5 uur en dachten dat we snel gegeten zouden hebben in zo’n gat van niks. Maar wij dachten fout. Het enige wat open was was Pappy & Harriet’s en hier was het ontzettend druk! Een wachtrij van 45 min tot een uur! Pff, maar we hadden honger dus dan moet je wat. Overigens wel de moeite waard, het eten was heerlijk!
Omdat het allemaal wat langer duurde dan de bedoeling was sliepen we in het plaatsje Barstow. Hier waren nog betaalbare hotels beschikbaar, maar helaas wel wat verder weg van de Death Valley. We boekte een overnachting bij Travelodge Barstow lekker dicht langs de snelweg.

Death Valley National Park
Ondanks dat er niet super veel uit de tank was, zeurde ik die ochtend maar toch dat we hem vol moesten gooien (eindeloos discussiepunt tussen ons). Nee, er kon vast nog wel getankt worden bij Death Valley Junction. Daar is ook een hotel enzo dus waarom niet daar tanken? Nou, niet dus. Er was amper wat en al helemaal geen tankstation. Maar goed dat we hem eerder vol gegooid hadden!

Via route 190 reden we de Death Valley in. Al snel kwamen we een eerste informatiebordje tegen met wat folders. We pakte er een en stippelde onze dag uit. De eerste stop was bij Twenty Mule Team Canyon, een onverharde eenrichtingsweg door een kleine canyon. De weg zag er goed uit dus besloten we het kleine rondje te gaan rijden.

De volgende stop was Badwater Basin, het laagste puntje van Noord-Amerika, maar liefst 86 meter onder zeeniveau. De poel is een grote zoutvlakte en het leuke is dat je naar het laagste puntje toe kunt lopen. Een wandeling van 2 km op een vlakke ondergrond lijkt niet zo veel maar zelfs begin april was het al niet meer te houden met de temperatuur. Je loopt vol in de zon zonder enige bescherming. Pff, we waren blij toen we weer in de auto zaten.

Op de terugweg namen we een toeristische route over de Artists Drive. Ook dit was weer een eenrichtingsweg door een kloof.

Voor we het park uitreden maakten we nog een korte stop bij de Mesquite Flat Sand Dunes. Ongelofelijk hoe ineens daar dan weer zandduinen liggen. Alsof je in de Sahara bent beland. We knipten wat foto’s en reden door naar Panamint Springs, voor ons de uitgang van de Death Valley.

We voelden ons nog prima en besloten te kijken waar de namiddag ons zou brengen. We hadden eerder gekeken naar hotels in het plaatsje Bakersfield, maar dat lag nog op drie uur rijden van ons vandaan. Echter, alles ging zo goed dat we in een stuk door waren gereden. Onderweg boekten we het Vagabond Inn Executive hotel. Een simpel hotel maar prima voor de nacht.

Sequoia National Park
Dag drie in California en we bezoeken alweer het derde National Park. Het gaat ineens ongelofelijk hard. Opgericht in 1890 en daarmee het tweede officiële National Park van de USA. Een erg bijzondere plek, want hier staan de grootste bomen ter wereld. Omdat het pas april was waren veel wegen nog niet open i.v.m. sneeuw en ijs. Erg jammer, het bezoek aan het park was dus beperkt.

De slingerweg naar het visitor center was geweldig. Het berggebied veranderde steeds meer in een bos en ook werden de bomen steeds groter, totdat we de sequoia’s echt konden onderscheiden. We zagen de een na de ander, echt prachtig!

De belangrijkste stop is toch wel de General Sherman Tree. Deze sequoia boom behoort tot een van de grootste en oudste levende bomen op aarde. Hij is maar liefst 2300 tot 2700 (blijft lastig inschatten natuurlijk) jaar oud, met een lengte van 83 meter en met een stamvolume van 1487 kubieke meter. Als er gekeken wordt naar puur stamvolume dan is het de grootste ter wereld. Probeer die maar eens op de foto te krijgen.

Via het Congress Trail liepen we naar de volgende groep hoge bomen in het Giant Forest. Vijf van de tien hoogste bomen ter wereld staan in dit bos. Langs deze (relatief) kleine wandeling staan echt ontzettend veel sequoia’s, enkele belangrijk zoals de President Tree en Lincoln Tree.

De ranger in het visitor center had ons aangeraden om wat verder het bos in te lopen. De wandeling zou toch wel 3 uur duren. Daarnaast was het berenseizoen begonnen en akelig stil op de paden (zelf op het Congress Trail). Een beer wil je dan niet tegen komen… Willem wilde graag het Giant Forest Museum bekijken, maar dat sloot op een bepaalde tijd en dat zou niet uitkomen met onze wandeling. Na een klein debat besloten we langzaam terug te lopen en naar het museum te rijden.

Het museum was klein maar erg informatief. Tegenover het museum liepen we nog de Big Trees Trail waar wederom een aantal prachtexemplaren stonden.

Via de slingerende Generals Highway reden we weer verder naar het noorden om vervolgens uit te komen bij het Kings Canyon National Park.

Klik hier om verder te gaan het Californië: National Parks deel 2

2 Comments

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

%d bloggers liken dit: