Maine deel 1: Natuurparken

Hallo allemaal,

We zetten onze reis voort in de meest noordoostelijke staat van Amerika, Maine. Voor vertrek hebben we veel goede verhalen gehoord over deze staat. Met name de natuur zou erg mooi moeten zijn. En ja daar zijn we het mee eens! Hieronder ons verslag.

Ons vorige verslag eindigde bij de douane. Na een tijdje bij de douane gezeten te hebben, namen we een late lunch en gooiden we onze tank vol. We hadden namelijk gelezen dat er op de route naar Baxter State Park niet veel tankmogelijkheden zitten. De tank zat nog half vol: Daar zouden we het mee moeten halen maar je weet maar nooit wat er onderweg gebeurt.

Vanuit de grens namen we Route 11, wat ook een scenic route is, naar Baxter State Park. Ontzettende mooie route. Rustig rijden, geen kip op de weg en mooie natuur.

Maar goed dat wel al eerder contact hadden gehad met de kampeerplek want sinds de grensovergang hebben we helemaal geen bereik meer op onze telefoon gehad. Ook de ‘wilderness’ camping aan de rand van het State Park had geen Wifi. Maar ze hadden wel een tankstation en uitgebreid restaurant. Zo wilderness was het dus niet.

We baalden echter wel, want we hadden nog geen camping geboekt voor het nationaal park wat we hierna wilden bezoeken. Ik had al gelezen dat het er behoorlijk druk was en dat veel vol zat. Maar we konden niks doen dus we wachtten af.

Baxter State Park
Baxter State Park is een relatief klein park. Het is in het verleden gedoneerd door meneer Baxter en hij wilde dat het een wilder park bleef. Zo zijn er bijvoorbeeld geen verharde wegen. De enige weg die door het park loopt heet de Tote Road en werd vroeger gebruikt voor het vervoer van boomstammen.

Aangezien we geen wifi hadden maakte we gebruik van een offline navigatie app op de telefoon. De app zei dat hij 6 uur duurde om door het park te rijden. Dat vonden we dus echt veel te veel. Maar we besloten toch richting de ingang te rijden en informatie te vragen bij een ranger. De aardige dame zei dat het maar goed twee uur was. Dat scheelt nogal! We betaalden entree en kochten een redelijk gedetailleerde kaart van het park. Ze kruiste wat mooie bezienswaardigheden aan en wij begonnen onze tocht over de smalle weg.

Onze eerste stop was bij het South Branch Pond waar we prachtig uitzicht hadden over het meer. Een ranger kwam naar ons toe en sprak enkele woorden Nederlands. Hij had in het verleden een ‘crazy Dutchie’ leren kennen en herkende daarom ons accent. Hij verwees ons naar een korte trail wat we moesten lopen om het uizicht en waar ook wilde blauwe bessen groeide.

We reden verder en maakten onderweg enkele stops met mooie uitzichten.

In het zuid-westen van het park ligt het Daicy Pond. Hier lunchten we kort en gingen we een wandeling maken die deels over de Appalachen loopt. We liepen naar twee watervallen, Little en Big Niagara Falls. Zullen wel flinke watervallen zijn dachten we, maar helaas we moeten de naam niet altijd geloven. De watervallen waren mooi maar in geen een opzicht vergelijkbaar met de echte Niagara watervallen.

De laatste stop in het park was aan het einde bij het visitor center. Vanuit hier heb je het mooiste uitzicht over de hoogste berg van Maine, Mount Katahdin. We hadden geen tijd om naar de top te lopen. Alleen daarvoor moet je al een hele dag uittrekken.

Eenmaal uit het park en weer richting de bewoonde wereld kregen we eindelijk internet! Jeej! Willem ging snel rondbellen voor een kampeerplek dicht bij het Arcadia National Park. Dit nationaal park ligt in het zuiden aan de kust van Maine en is erg populair bij zowel toeristen als de Amerikanen zelf. En natuurlijk zaten we midden in de vakantieperiode. Na een aantal afwijzingen had er gelukkig nog één plek. Wel $60 per nacht, pff duur voor een simpele plek zonder stroom e.d. maar ja we moeten ergens slapen. Achteraf geen spijt: We hadden een van de beste plekken met prachtig uitzicht. We kregen veel complimenten van voorbijgangers. En de camping zelf was ook erg goed.

Acadia National Park
De wekker ging vroeg voor onze eerste dag Acadia. We wilden de grote meute vakantiegangers voor zijn. Maar dat dachten er helaas meer en het was dus al redelijk druk toen wij bij het visitor center aankwamen. We kochten een kaartje en vroegen aan een ranger wat de leukste hikes en plekjes zijn in het park. Het makkelijkste was de om de Park Loop Road te rijden. Dan zouden we overal langs komen.

We besloten direct door te rijden naar Sand Beach, een populair strand. Hier start ook een mooie wandeling langs de kust. We wierpen een blik op het mooie strand in de baai en besloten direct verder te lopen langs de mooie kust.

Op ongeveer 1/3 van de route kregen we er een beetje genoeg van en we zagen ook dat langs elk belangrijk punt op de route een parkeerplaats was. Willem besloot terug te lopen en de auto te gaan halen. We gingen op zijn Amerikaans verder, rijden en stoppen bij leuke plekjes.

Een andere populaire plek is Jordan Pond. Maar ondertussen was het zo druk in het park dat er nergens meer een parkeerplaats te krijgen was. Langs de weg parkeren was ook niet toegestaan. Erg jammer natuurlijk maar we reden door naar onze laatste stop, Cadillac Mountain. Dit is de hoogste berg van het park (466 meter) en je kunt zowel naar de top lopen als rijden.

Wij besloten te rijden maar hoe dichter we bij de top kwamen hoe drukker het werd. Ineens stonden we in een file om te parkeren. Daar hadden we geen zin en reden een stuk terug om daar de auto te parkeren. Uiteindelijk viel het omhoog lopen erg mee.

Bij aankomst op de top was het weer op de koppen lopen. We liepen wat rond, lazen bordjes met informatie en maakten wat foto’s.

Snel weer naar de auto. “En nu?” was de vraag. We hadden het allebei wel een beetje bekeken. De drukte maakte het ook niet echt beter. We reden door naar Bar Harbor om te lunchen.

Erg toeristisch maar gezellig plaatsje. Er komen vooral veel mensen die een walvistour willen doen of een lokale lobster roll willen proberen.

In de namiddag was het tijd voor de wekelijkse huishoudelijke verplichtingen. We begonnen met kleren wassen. Dat moet ook gebeuren. Voor mij de eerste keer in een wasserette en was toch wel even bang dan mijn shirtjes ‘size 0’ uit de droger zouden komen. Maar het viel gelukkig reuze mee!
Daarna snel boodschappen in de lokale supermarkt om lekkere dingetjes te halen voor een avondje barbecueën.

De tweede dag in Acadia begon in ‘the quiet side’ van het park, de westelijke kant. Hier ligt het Bass Harbor Head Lighthouse, een kleine vuurtoren op de rotsen. Helaas was het treurig weer met donkere wolken en regen dus liepen we maar kort rond.

Omdat we op de eerste dag Jordan Pond gemist hadden besloten we er nu naar toe te rijden. Zoals verwacht was het een stuk minder druk door het slechte weer. Door de laag hangende mist was het niet helemaal mogelijk om het hele meer te zien, maar het gaf wel een mooi sfeertje.

Omdat het bleef regenen, hadden we er wel genoeg van. Tijd om door te rijden richting het zuiden, naar Portland en zonniger weer. Hier blijven we twee nachten slapen omdat er in de buurt een aantal leuke dingen te doen zijn.

Maar daarover volgende keer meer!

Klik [hier] om het volgende reisverslag te lezen en kom meer te weten over Maine

2 gedachten over “Maine deel 1: Natuurparken

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *