Grote steden in het oosten deel 2

Bonjour!

Hierbij ons tweede en tevens laatste blog door het mooie Canada. De laatste stad die we bezochten was Quebec met nog een spontaan uitstapje naar een dorpje wat meer gelegen in het noorden.

Quebec
Nadat Montreal eigenlijk tegengevallen was keken we uit naar ons bezoek aan Quebec. Trudeau was er zo enthousiast over dat het haast wel leuk moest zijn.

Na 1,5 uur rijden, vanaf het hotel, parkeerden we onze auto midden in het centrum van Quebec. We hadden al wel het een en het ander meegekregen in Montreal wat we in Quebec moesten doen, maar wilden toch nog even langs het visitor center.

De aardige man gaf ons een leuke stadswandeling en ook goede tips voor de volgende plek waar we naar toe wilden. Hij had veel ‘my secret places’. Ook hier heeft het visitor center goede punten gescoord.

Schuin tegenover het visitor center begon onze ronde door het oude gedeelte van de stad. We stopten bij een UNESCO beeld. De oude stad staat namelijk op de UNESCO lijst.

Het weer was heerlijk en de zon brandde goed toen we over het Terrasse Dufferin liepen. We hadden uitzicht over Chateau Frontenac en keken van boven op de oude stad die onder aan het water lag. Op het Terrasse was de ingang van het Saint-Louis Fort en Chateau museum. Een ondergronds museum over het oorspronkelijke kasteel wat hier voorheen stond. Alleen enkele muren zijn er nog van overgebleven.

Via de gezellige straat Saint-Louis liepen we richting de Citadelle. De citadel zelf bezochten we niet omdat we daar te weinig tijd voor hadden.

Maar we liepen wel over de stadsmuur richting de Saint Jean straat. Deze is nóg gezelliger dan die andere. Allemaal winkeltjes, restaurantjes met hier en daar een terras. En dit allemaal in een Europese (Franse) stijl. Geeft een beetje een gevoel van thuis. En op een terrasjes zitten missen we ook enorm!

Zoals ik al zei is er een nóg ouder gedeelte van de stad, het originele Quebec. Dit gedeelte ligt direct aan de rivier en je komt hier alleen door een flink aantal trappen af te dalen. Maar het is het waard, het is er ontzettend gezellig! Smalle straatjes met wederom winkeltjes, restaurantjes, muziek en mensen die gezellig buiten zitten.

Eenmaal onder bij het water besloten we langs de haven te lopen. We dronken wat bij een gezellig barretje en brachten een kort bezoek aan het (gratis) maritieme museum. Langs het water was er niet alleen de dagelijkse markt met lekker vers spul maar ook een kunstmarkt waar ze van alles en nog wat verkochten.

Ondanks dat het pas halverwege de middag was besloten we de stad achter ons te laten. We vonden het echt geweldig en sfeervol! Onze favoriete stad in het oosten van Canada.

Vanuit Quebec reden we naar Montmorency Falls. De 84 meter hoge waterval ligt net buiten de stad. Er zijn diverse uitkijkpunten en een grote hangbrug om de waterval te bekijken. Maar je kunt er ook met een kabelbaan langs of abseilen. Wij kozen voor gewoon simpel lopen.

We brachten hier maar een klein uurtje door omdat we ook nog richting Rivière du Loup wilden rijden. Een extra toevoeging aan onze vakantie in Canada. Het is ruim twee uur rijden van Quebec.

Maar we kozen niet de gewone snelweg. De aardige meneer in het visitor center had ons een mooie toeristische route aangewezen. Hij was er afgelopen weekend nog geweest en het was zóó mooi.

Vanaf de snelweg namen we het laatste stuk route 132 wat direct langs de rivier af gaat. We reden er met zonsondergang en het was inderdaad geweldig! Niet alleen het landschap maar ook de uitzichten over de rivier met de ondergaande zon.

Toen de zon bijna achter de bergen zakte kwamen we langs een leuk terrasje. We besloten hier wat te eten en drinken terwijl we genoten van de ondergaande zon. Maar helaas ze accepteerden geen VISA kaarten en cash hadden we ook niet. We bleven toch nog even tot de zon onder was en vertrokken daarna verder naar Rivière du Loup. Hier sliepen we in een (voor ons) duur Best Western hotel. Helaas een van de weinige beschikbare kamers die nog over waren in het dorp. Tja, een nadeel van laat boeken.

Rivière du Loup
De wekker ging vroeg want vandaag gingen we walvis spotten in de St. Lawrence River. Hier ligt het Saguenay Marine Park, een nationaal marine conservatiepark.

De tip kregen we in het bezoekerscentrum van Montreal. De aardige dame vertelde ons dat Tadoussac (aan de westkant van de rivier) een populaire plaats is om walvissen te zien, zelfs al vanaf de kust. Maar om naar dit plaatsje te komen moesten we drie uur rijden op bergwegen en ook nog eens de ferry nemen. Daarnaast als we vanuit hier weer naar Amerika wilden, moesten we wederom een dure ferry boeken.

We raadpleegde Google en zagen dat er aan de oostkant van de rivier ook boten vertrokken naar het conservatiepark. Gelukkig was onze planning flexibel en konden we de tweede nacht in ons hotel van Quebec annuleren en een nieuwe overnachting boeken in Rivière du Loup.

Om kwart voor 09.00 stonden we als eerste in de rij om op de boot te gaan. De rij achter ons was behoorlijk lang en iets na 10.00 uur vertrokken we.

Vanaf de kust hadden we al een heleboel beluga’s (witte dolfijn) gezien. Op de boot kwamen we dichterbij. We zagen diverse groepen inclusief jongen.

Daarnaast zagen we een hoop bruinvissen en grijze en gewone zeehonden. Daarnaast genoten we van de prachtige natuur en het fjord.

Eenmaal in het park zagen we direct een groep minke whales (dwergvinvissen) die aan het eten waren. Deze schoolbussen grote walvissen (een van de kleinste walvissoorten) waren flink aan het spetteren en uit het water aan het springen. Maar helaas is het erg lastig daar een goede foto van te schieten.

Iets na 12.00 uur was het weer tijd om terug te gaan naar de haven. Het was ongeveer 15 graden, bewolkt en een frisse wind. Tijd om binnen te gaan zitten en een theetje te drinken om op te warmen.

Ik weet het, onze New England vakantie schiet niet echt op. Het begint meer op een Canada vakantie te lijken. Maar niet getreurd! Vanuit de haven reden we direct door naar onze volgende bestemming in Maine, Amerika, een camping bij de noordelijke ingang van het Baxter State Park. De originele route die we gepland hadden, is officieel van de baan.

Je komt daar niet zomaar. Vanuit Rivière du Loup namen we de toeristische route (Route 289) naar de grens van Amerika, dit was overigens ook de snelste route. Erg mooi en rustig rijden. Onderweg kwamen we nog een leuk plaatsje tegen Pohénégamook. Dit lag aan een mooi meer waarin men zei dat er een soort van Logness monster verbleef… Een kleine rivier mondde uit op het meer. Over de rivier liep een kleine brug en wat bleek? Het was een kleine grensovergang tussen Canada en Amerika! Aan de Amerikaanse kant was er zelfs een kleine douanepost te zien.

We liepen kort ‘illegaal’ Amerika in, namen wat foto’s en liepen weet terug naar de auto om onze reis voort te zetten.

We gingen de grens over in het plaatsje Clair, een kleine douanepost waar natuurlijk de hele dag geen hond komt. De ambtenaar nam dan ook goed de tijd om onze papieren te controleren. Wat bleek, hij wist gewoon niet hoe het moest. Gelukkig kwam zijn collega en binnen vijf minuten was het opgelost. Hij keek onze auto nog even door en gaf het signaal dat we onze reis door mochten zetten.

New England here we come!

Klik [hier] om meer te lezen over deze rondreis

3 gedachten over “Grote steden in het oosten deel 2

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *